Nachtelijk avontuur bij Vlieland

Nachtelijk avontuur bij Vlieland

Al twee dagen lagen wij op de rede van Vlieland voor anker, de volgende ochtend zouden wij met het eerste tij vertrekken terug naar Harlingen.
We lagen aan de westkant van het dorp, net aan de noordkant van de geul om niet steeds de geul – waar het hard kan stromen – over te moeten steken in onze bijboot (net als onze zeilboot zonder motor). Het nadeel van de noordkant van de geul is dat die vrij stijl is, direct naast de geul valt het met laag water al droog. We lagen nog maar net te kooi of ik voelde de boot de grond raken. Eerst dacht ik dat we met het kenteren van het tij door de nu zuidelijke wind net buiten de geul gezet waren en dat het vanzelf wel goed zou komen. Maar toen ik even later de boot weer op de grond voelde stoten besloot ik toch maar even aan dek te gaan kijken. Trekkend aan de ankerketting kon ik die verdacht makkelijk inhalen. Toen het Bruce anker boven kwam bleek wat er aan de hand was: twee dagen voor anker liggen betekent vier keer kentering. Kennelijk is bij de laatste kentering de ankerketting om de schacht van het anker gaan zitten, als een soort knoop. Daarmee wilde het anker niet meer ingraven, en dus ook niet houden!
Inmiddels zaten we dus toch echt goed aan de grond, aan lager wal. Terwijl ik het zeil hees (ik vaar zonder motor) vroeg ik mij af wanneer het tijd zou zijn om de reddingboot op te roepen. Ik was immers alleen met drie kleine kinderen (de oudste ca 10) aan boord. Na het grootzeil ook de genua gehesen, de boeg met de wrikriem door de wind geduwd zodat we bijna haaks naar de geul toe lagen en vervolgens alles schoten strak gezet en met mijn volle gewicht aan lij gehangen. Intussen kwam de oudste dochter aangekleed in de kajuit opening staan en vroeg of ze kon helpen! Ik heb gevraagd of ze wilde sturen. Tijdens een vlaag kregen we net dat beetje meer helling wat we nodig hadden en kwamen we los. Heel even speelde ik met de gedachte om maar meteen door te zeilen naar Harlingen, maar het hele eind stroom tegen in het pikkedonker sprak toch niet zo aan.
Dus even verder op toch maar weer geankerd – nu aan de zuidzijde van de geul – en weer te kooi.

De volgende ochtend hadden we een mooie en voorspoedige tocht naar Harlingen.

Moraal: tijdens de kentering kan er altijd iets mis gaan met je ankergerei. Dit was overigens de eerste en enige keer in 20 jaar met veel ankeren dat het Bruce anker ons in de steek liet. De enige oplossing is zowel voor als achter een anker te leggen, zodat ieder anker steeds maar in één richting belast wordt. Risico is kans maal consequenties, de kans dat het misgaat is niet zo heel erg groot, maar de consequenties kunnen groot zijn. Het alternatief is actief ankerwacht houden: steeds met kentering aan boord zijn en na kentering controleren of het anker nog steeds goed houdt. Maar kijk vooral ook eens kritisch naar je anker en stel je voor dat de ankerketting rondjes gaat draaien. Kan de ketting zich dan ergens omheen wikkelen of is er iets dat dat voorkomt? Het Ultra Anker heeft daarvoor een speciale beugel tussen schacht en achterzijde anker.

Geen reactie's

Geef een reactie